Melkveehouderij
Beste campinggast, U bent wellicht geïnteresseerd in het reilen en zeilen van een melkveehouderijbedrijf. Het lukt ons niet altijd om iedereen persoonlijk voldoende uitleg te geven. Daarom hebben wij één en ander op papier gezet.
Wij hebben een melkveehouderijbedrijf waarbij de nadruk ligt op het produceren van melk. Op jaarbasis leveren wij ruim 850.000 kg melk aan onze zuivelfabriek. Dat is Royal Friesland Foods, onder andere bekend van Frico kaas en Friese Vlag zuivelproducten. De melkproductie is gebonden aan een quotum waarbij de hoeveelheid melkvet bepalend is. Wij mogen bijna 36.000 kg melkvet produceren wat overeen komt met 850.000 kg melk met 4,23% vet. De uitbetaling van de melk vindt plaats op basis van kilogrammen geleverd vet en eiwit. Daarnaast wordt gekeken naar zaken als reinheid, kiemgetal en celgetal.
 |
Wanneer wij meer melk willen produceren dan volgens ons quotum is toegestaan, is het mogelijk productierechten aan te kopen of te huren van bijvoorbeeld stoppende collega's. Wanneer wij toch ons quotum overschrijden wordt de melk wel opgehaald en uitbetaald door de zuivelfabriek, maar wordt er door de Europese Unie een boete opgelegd die boven de opbrengstprijs ligt. Er vindt aan het eind van het melkjaar (1 april t/m 31 maart) wel een zogenaamde financiële verevening plaats. De kilogrammen melk (vet) die collega's onder hun quotum zijn gebleven wordt, tegen een vergoeding, verdeeld over diegenen die teveel geproduceerd hebben. Voordat een koe melk gaat produceren moet ze eerst een kalfje gekregen hebben. Na de geboorte van het kalf zal de productie eerst een stijgende lijn laten zien, vervolgens een stabilisatie, waarna de productie weer langzaam zakt. Om er voor te zorgen dat een koe in haar leven voldoende melk produceert is het zaak dat ze ongeveer elk jaar een kalf krijgt. Bij koeien is het krijgen van kalveren niet gebonden aan een bepaald seizoen. Er worden dan ook het hele jaar door kalfjes geboren.
Onder normale omstandigheden zal een koe vrij vlot na het krijgen van een kalf weer een normale vruchtbaarheidscyclus hebben, waarbij er elke drie weken een eisprong is. Als een koe rondom een eisprong is, en dus vruchtbaar is, zal ze dat laten zien. Ze doet dat door zich te laten bespringen en door andere koeien te bespringen. Dit noemen we tochtigheid. Vanaf zes weken na afkalven worden tochtige koeien weer kunstmatig geïnsemineerd. Voor het insemineren maken we gebruik van diepgevroren sperma dat in rietjes in een vat met vloeibare stikstof wordt bewaard. Globaal maken we gebruik van drie soorten sperma:
1. Sperma van pinkenstieren
Dit zijn stieren waarvan bekend is dat hun nakomelingen gemakkelijk geboren worden. We gebruiken deze op jongvee dat nog nooit een kalf gekregen heeft.
2. Sperma van vleesstieren Dit zijn stieren waarvan de nakomelingen zeer geschikt zijn voor de vleesproductie. We gebruiken deze op koeien waarvan we geen kalveren aan willen houden voor vervanging van onze eigen veestapel.
3. Sperma van proefstieren
Proefstieren zijn jonge stieren die op basis van de productie van hun moeder en de fokwaarde (vererving) van hun vader ingezet worden om zo een eigen fokwaarde te krijgen. De dochters van deze stieren worden gevolgd. Zo krijgt men een idee van wat zo'n stier vererft op het gebied van melkproductie en exterieur kenmerken. Deze stieren gebruiken we op dieren waarvan we de kalveren zelf aan willen houden. Als een koe drachtig is geworden van een inseminatie merken we dat in eerst instantie doordat de vruchtbaarheidscyclus stopt en de koe dus niet meer elke drie weken tochtig wordt. Daarnaast kunnen we na ongeveer twee maanden voelen of er daadwerkelijk een vrucht in de baarmoeder groeit.
De draagtijd van een koe is ruim negen maanden. Een melkgevende koe wordt twee maanden voor de verwachtte kalfdatum uit de koppel melkkoeien gehaald. Ze komt dan bij de droogstaande koeien waar ze tot ongeveer twee weken voor het kalven blijft. In deze laatste twee maanden groeit het kalf het meest en kan de koe al haar energie in het kalf steken en zichzelf klaarmaken voor een nieuwe periode van melk produceren. Als een kalf geboren is, krijgt het zo snel mogelijk de eerste melk van de moeder. Dit noemen we biest. De eerste dagen mag het kalf onbeperkt biest drinken uit een speenemmer. De moeder gaat zo snel mogelijk weer terug naar de andere melkkoeien. Als we het kalf niet zelf willen houden gaat het vanaf de 14e levensdag weg. Het kalf wordt dan opgehaald door een handelaar die het naar een verzamelcentrum brengt. Hier worden de kalveren gesorteerd op kwaliteit en gaan verder naar vleeskalverhouders. Op het verzamelcentrum wordt de prijs bepaald, die na aftrek van commissie bij ons terecht komt.
Als we het kalf wel zelf willen aanhouden komt het de eerste weken in een kalverhut. Deze hutten staan buiten waarbij de kalveren de keuze hebben of ze binnen of buiten willen zijn. Het is nodig de kalveren enige tijd af te zonderen van andere kalfjes om onderlinge besmetting met ziektekiemen zoveel mogelijk te voorkomen. Daarnaast kan een kalf in een kalverhut uit een gewone emmer leren drinken en krachtvoer eten zonder verdrongen te worden door oudere en sterkere kalveren. Vanuit de kalverhutten gaan de kalveren tot de leeftijd van ongeveer twee maanden naar strohokken. Ze krijgen dan twee keer per dag 2,5 liter melk en kunnen onbeperkt water drinken en ruw- en krachtvoer opnemen.
Vanaf twee maanden komen de kalveren in de grote ligboxenstal. Daar kunnen ze vrij rondlopen, eten, drinken en gaan liggen wanneer ze maar willen.
Vanaf 15 maanden beginnen we met insemineren, zodat ze vanaf een leeftijd van twee jaar hun eerste kalf krijgen. De vaarzen die zo weer aan de melk komen dienen ter vervanging van oudere koeien die het bedrijf verlaten. Bij het bedrijf ligt 58 hectare grond. Ongeveer 12 hectare hiervan wordt gebruikt voor het verbouwen van snijmaïs. Eind april, begin mei wordt de maïs gezaaid om in vijf tot zes maanden uit te groeien tot planten van ruim twee meter hoogte. Als de kolven rijp zijn wordt de maïs met een hakselaar van het land gehaald. Daarna wordt het in een grote bult goed vast gereden en afgedekt met folie. De koeien krijgen het jaar rond ongeveer 20 kilo maïs per dier per dag. De rest van de grond wordt gebruikt als grasland. Een gedeelte van het grasland wordt alleen gebruikt voor het winnen van de wintervoorraad. Dit gras wordt vijf keer per jaar gemaaid, op het land gedroogd en ingekuild. Onder normale omstandigheden wordt het gras een of twee dagen na het maaien ingekuild. Net als de snijmaïs, wordt ook het gras gehakseld voordat het in de bult gaat. Een goede kwaliteit ruwvoer is voor ons van groot belang. Hoe beter het ruwvoer is, hoe minder krachtvoer nodig is voor dezelfde productie. De rest van het grasland wordt afwisselend gemaaid en beweid door de koeien. Afhankelijk van het weer en het grasaanbod weiden de koeien alleen overdag of dag en nacht. Als de koeien twee keer op een perceel zijn geweest, wordt het gemaaid. Op die manier houden we een zo smakelijk mogelijk grasaanbod.
Naast snijmaïs en gras of kuilvoer, krijgen de koeien afhankelijk van hun melkproductie ook krachtvoer. In de stal staan een aantal krachtvoerboxen. Alle melkkoeien hebben een halsband om met daarop hun nummer. Onder aan deze band hangt een transponder waarmee de koeien in de krachtvoerbox herkend worden. De computer weet dan hoeveel krachtvoer de koe mag hebben en verdeelt dat netjes over de dag. Behalve melk produceren koeien ook mest en urine. Alles wat de koeien in de stal laten vallen, valt door de roosters waar ze op lopen. Als de put onder de koeien vol is, kunnen we de mest overpompen naar de grote betonnen silo naast de stal. In het voorjaar vanaf 1 februari wordt deze mest met een zodebemester in de grond gebracht.
Ook op de grond waar snijmaïs wordt verbouwd, wordt de mest rechtstreeks in de grond gebracht. Op deze manier gaan er zo weinig mogelijk voedingsstoffen verloren en wordt de stank beperkt. De dierlijke mest die zo op het land komt, wordt naar behoefte en regelgeving aangevuld met kunstmest. U bent altijd welkom om op het bedrijf rond te kijken en uw vragen te stellen. Mocht het wegens drukte een keer niet lukken u afdoende te woord te staan, dan vragen wij hiervoor begrip. Elke avond om ongeveer 17.00 uur worden de koeien gemolken in de stal. Daarbij mag u rustig een kijkje komen nemen. We hebben dan ook wel tijd voor een praatje.
Groeten,
Familie Robben |